Roos van de Vlekkert-Maasland (57)

Later realiseerde ik me pas wat een impact een herseninfarct heeft

“Hangt mijn mond? Praat ik raar? Zie je iets aan mij?”, vroeg Roos van de Vlekkert-Maasland aan haar man. Roos was 57 toen ze op de verjaardag van haar man onverwachts getroffen werd door een herseninfarct. Roos haar man hoorde of zag niets vreemds. Roos was duizelig, zag even niets door haar rechteroog, maar wilde toch niet dat haar man een dokter belde. “Ik maakte mezelf wijs dat het wel over zou gaan.” De volgende ochtend had ze nog steeds enorme hoofdpijn en ging ze toch maar naar haar huisarts. Die vertrouwde het niet en stuurde haar door naar het Bravis ziekenhuis.

Opname in het ziekenhuis
In het ziekenhuis werd een hersenfoto gemaakt. “Er bleek een donkere plek rechts op mijn kleine hersenen te zitten. Ik werd meteen opgenomen op de afdeling Neurologie, kreeg medicijnen en diezelfde dag werd nog een MRI-scan gemaakt.” Bij Neurologie werd Roos uitgelegd wat er zou gebeuren, welke zorgverleners ze zou zien en welke testen zij gingen doen. “Ik geef de verpleegkundigen op deze afdeling een tien met een griffel. Wat een geduld, ze legden alles liefdevol aan mij uit. Hierdoor voelde ik mij heel veilig.” De volgende dag kreeg Roos de uitslag van haar MRI. Ze had inderdaad een herseninfarct gehad.

Naar huis
Twee dagen na haar opname mocht ze weer naar huis. “Ik voelde mij goed en was blij dat ik naar huis mocht. Maar ik had ook wel in het ziekenhuis willen blijven. Ik voelde mij er heel veilig. Als er iets mis zou gaan, dan zouden zij er meteen zijn.” Roos kreeg een informatiemap mee en er werd een afspraak met de CVA-nazorgverpleegkundige gemaakt. “De dagen daarna realiseerde ik me pas wat voor impact een herseninfarct heeft. Ik voelde mij vaak zo naar en durfde niet lang alleen weg. Ik vroeg iedere keer bevestiging aan mijn man of het wel goed met mij ging. Elke ochtend als ik wakker werd dacht ik: ‘Ik ben er nog’.”

CVA-nazorgverpleegkundige
Roos schaamde zich om hulp te vragen: “Ik was er heel goed vanaf gekomen. Er zijn mensen die het veel slechter hebben of er niet meer zijn.” Op aandringen van haar man besloot ze toch de CVA-nazorgverpleegkundige te bellen. “De verpleegkundige had meteen door dat ik hulp nodig had. Ik kon diezelfde week nog bij haar terecht.” De CVA-nazorgverpleegkundige legde Roos uit dat ze vooral PRET moest toepassen: Pauze, Rustige omgeving, Eén ding tegelijk en Tempo aanpassen. “Dat was en is mijn grootste uitdaging, net als doseren. Wat was ik blij met dit en de volgende gesprekken. De nazorgverpleegkundigen kunnen je dingen uitleggen en vragen beantwoorden, maar ze kunnen ook eventuele niet-reële angsten weg nemen. Ze hadden voor mij een grote toegevoegde waarde”.

Revalideren
Twee maanden na haar herseninfarct begon Roos met revalideren. Ze kreeg twee keer per week fysiotherapie en eens per week ergotherapie om weer vertrouwen in zichzelf en haar lichaam te krijgen. “Mijn revalidatiearts heeft goed naar mij geluisterd en begreep precies wat voor behandeling bij mij zou passen, chapeau! Het gaat steeds beter met mij. PRET en doseren blijven een enorme uitdaging voor mij. Maar ik weet dat het niet vanzelf gaat om de geijkte banen in de hersenen anders te laten lopen. Ik mag mij gelukkig prijzen met alles en iedereen. Met steeds meer vertrouwen leef ik het leven.”