Jack Bosters (56) roemt coronazorg en nazorg in Bravis ziekenhuis

Die verpleegkundige mag me zelfs midden in de nacht bellen

In Nieuw-Vossemeer en omgeving kent iedereen Jack Bosters (56) als de joviale eigenaar van Het Wagenhuis. Altijd in voor een praatje en een man die positief in het leven staat. Corona bracht bij hem ook angst, onzekerheid en veel emoties naar boven. De zorg in het Bravis ziekenhuis heeft Jack veel goed gedaan. Hij haalde vooral steun uit de begeleiding van het IC nazorgteam. “De zorg was top”.

Carnaval 2020 was net achter de rug toen de vermoeidheid bij Jack toesloeg. De dagen daarna werd hij eerst beroerd en kreeg hij later hoge koorts. Toen ook het zuurstofgehalte in zijn bloed flink daalde, riep de huisarts de ambulance op. “In het ziekenhuis dachten ze in eerste instantie dat ik het niet zou redden. Mijn zuurstofgehalte daalde zo hard”, zegt Jack. Zelf had hij nauwelijks last van benauwdheid. “Ik had alleen vreselijke dorst.”

Vechten
De volgende morgen werd Jack naar de Intensive Care gebracht. Daar kreeg hij de vraag of hij voor zijn leven wilde vechten. “Natuurlijk wilde ik dat. Mijn zuurstofgehalte bleef maar dalen, vandaar dat ze me in slaap wilden brengen”, aldus Jack. In totaal is hij 21 dagen onder narcose gehouden. “Dat deed alles op mijn lichaam. Ik was 14 kilo kwijt, vooral aan spiermassa. Ik moest alles weer opnieuw leren: praten, eten, lopen. Mijn kleinzoon was een half jaar. Ik dacht, die loopt eerder dan ik.” Al op de IC werd gestart met fysiotherapie. “Moest ik bij de fysiotherapeut in zijn handen knijpen. Hij zei dat ik het heel goed deed. Maar voor mezelf had ik nog geen deuk in een pakje boter gedrukt en ik was doodop.”

Midden in de nacht
Een week later vonden de artsen dat Jack naar de afdeling mocht. “Ik was nog vreselijk zwak, een verpleegkundige vond het dan ook nog te vroeg. Ik was daar eerst boos over. Maar toen zei ze: ‘Ik doe dit niet voor mezelf, maar voor jou. We hebben best hard moeten vechten voor je leven. Als je je verslikt of het gaat niet goed, dan ben je zo terug’. Die woorden hebben mij zo goed gedaan. Die verpleegkundige mag me zelfs midden in de nacht bellen en ik sta voor haar klaar.”

IC nazorgteam
Lovend is Jack ook over het IC nazorgteam. “Ze kwamen praten over de ervaringen en indrukken die ik op de Intensive Care heb opgedaan. Ook vroegen ze of ze me ergens mee konden helpen en kon ik met ze praten over mijn gevoelens. Zo schuifelde ik op een dag over de gang en kwam medewerkers in de blauwe isolatiepakken tegen. Dat schoot helemaal verkeerd. Toen ook nog iemand zei dat ik mijn radio uit moest zetten, werd ik erg emotioneel. Een gesprek met Jessica van het nazorgteam heeft me toen enorm goed gedaan.”

Revalideren
Op de longafdeling ging Jack stapje voor stapje vooruit. “Ik lag op de kamer met een lotgenoot. We stimuleerden elkaar bij het revalideren. ‘Wat jij kan moet ik ook kennen’, was onze gedachte. Bovendien was het gezellig op onze kamer. Verpleegkundigen kwamen bij ons voor een praatje en ontspanning.”

Naar huis
Twee weken later mocht Jack naar huis. Daar merkte hij de impact van corona op het dorp. Niet alleen Het Wagenhuis was versierd, maar in heel de straat hing de vlag uit. “Dat was ook in onze woonstraat het geval. En alle buren stonden voor me te klappen.”
Thuis werd de revalidatie voortgezet. “Ik ging drie keer in de week naar de fysiotherapeut in het dorp. Daarnaast liep ik met de rollator, eerst twintig meter en dan weer terug. Zo elke dag verder. Na twee weken kon ik het hele blok rond. Met de kerst van 2020 werkte ik weer voor het eerst in het restaurant. Daarna moest ik wel enkele dagen bijkomen. Nu gaat het prima met me, ik blijf alleen last houden van mijn schouders.”

Dikke rollercoaster
Jack noemt zijn coronaperiode een “dikke rollercoaster. De ene dag is er niets aan de hand en is corona een ver-van-je-bed-show. De volgende dag ben je patiënt en wordt er voor je leven gevochten. Op dat moment ervaar je dat niet als heftig. Je bent berustend, ik liet het los. De achterban heeft veel meer afgezien. Mijn vrouw en kinderen zaten in angst en moesten ook het bedrijf nog draaiende houden. Ik ben enkel maar ziek geweest.”