(Sub)totaalruptuur

U heeft bij de bevalling een (sub)totaalruptuur opgelopen. Wat nu?

Als tijdens de bevalling scheurtjes ontstaan in de huid, het weefsel tussen de vagina en de anus (het perineum) en in de kringspier rond de anus, spreken we van een 'ruptuur' (=scheur). Is de kringspier rond de anus helemaal ingescheurd, dan is sprake van een 'totaalruptuur'. Scheurt de kringspier gedeeltelijk in, dan spreken we over een 'subtotaalruptuur' .Bij een eerste bevalling ontstaat bij veel vrouwen in meer of mindere mate een scheurtje. Bij een volgende bevalling gebeurt dit minder vaak, omdat de weefsels makkelijker rekken. Een (sub)totaalruptuur kan zowel bij een gewone bevalling als bij een kunstverlossing ontstaan. Deze complicatie komt wel wat vaker voor bij een tang- of vacuümbevalling. Uit onderzoek blijkt dat een knip een totaalruptuur lang niet altijd kan voorkomen.