Waar bent u naar op zoek?

Historie

Op 1 januari 2015 is de fusie tussen het Franciscus Ziekenhuis Roosendaal en het Lievensberg ziekenhuis Bergen op Zoom een feit. Vanaf die datum werken beide ziekenhuizen samen verder onder de naam Bravis ziekenhuis. Hieronder leest u de historie van beide ziekenhuizen.

Historie Lievensberg ziekenhuis Bergen op Zoom

Oprichtingsfase 1960-1968
De inwoners van Bergen op Zoom konden voor hun ziekenzorg lange tijd terecht in het Algemeen Burgerlijk Gasthuis (ABG). Na de Tweede Wereldoorlog neemt de bevolking toe en dreigde het ABG te klein te worden. De minister van Sociale zaken en Volksgezondheid verleende op 4 augustus 1960 toestemming aan de, speciaal hiervoor opgerichte, stichting St. Elisabeth voor de bouw van een katholiek ziekenhuis met 250 bedden.

 

Het bestuur van de nieuwe stichting vroeg en kreeg van de gemeente een optie op bouwgrond aan de Balsebaan, aan de rand van een nieuw te bouwen woonwijk. De grond maakte ooit deel uit van het landgoed Lievensberg. Architectenbureau ir. Margry en Jacobs te Rotterdam ontving de opdracht voor het ontwerp voor een nieuw ziekenhuis. Op 28 februari 1968 ging in Bergen op Zoom de eerste paal de grond in. De stichting wijzigde nog vóór de opening haar naam in Stichting Ziekenhuis Lievensberg. Zo werd verwarring voorkomen met het gelijknamige zusterscomplex van het ABG.

Lievensberg zou een katholiek ziekenhuis worden. Het protestante deel van de bevolking wilde echter niet als minderheid worden verpleegd in een RK-ziekenhuis. Op 18 juni 1960 diende een vertegenwoordiging van de protestantse gemeenten bij de minister een aanvraag in voor de bouw van een algemeen protestant ziekenhuis, het Diaconessen Ziekenhuis. Daardoor dreigde de ziekenhuiszorg voor Bergen op Zoom in tweeën te worden gespitst. Twee ziekenhuizen was eigen te veel voor Bergen op Zoom. Dat vond ook ‘Den Haag’, dat aanstuurde op een oplossing. Na een periode van touwtrekken kwam uiteindelijk op 10 juni 1968, een paar weken vóór Lievensberg in gebruik werd genomen, een fusie tot stand tussen het Katholieke Ziekenhuis Lievensberg en het Diaconessenhuis in oprichting. Het nieuwe Ziekenhuis Lievensberg werd daardoor een interconfessioneel ziekenhuis.



Groeifase 1968-1980
In 1968 startte het ziekenhuis met 18 specialisten. Viereneenhalf jaar na de opening vond een uitbreiding plaats met acht specialisten: een extra anesthesioloog en internist, een tweede KNO-arts, gynaecoloog, oogarts en neuroloog. Ook nieuwe specialisten voor revalidatie en urologie begonnen hun praktijken. Wat sommige specialismen betreft was het ziekenhuis een voorloper: zo was dokter Uppal in 1976 de eerste cardioloog in heel Zuidwest Nederland.
Lievensberg verwierf in de beginjaren de vergunning voor revalidatiedagbehandeling. Als gevolg daarvan kon een nieuwe vleugel worden gebouwd.


Verbredingsfase 1980-2000
De vraag naar zorg steeg en het Lievensberg ziekenhuis groeide met deze vraag mee. In 1980 kwam Fase 1 van een nieuw uitbreidingsplan gereed: de röntgenafdeling werd verruimd. Deze bood nu plaats aan echoscopieapparatuur. Ook kwam er een functieafdeling. De vergrote EHBO-afdeling ging ‘spoedgevallen afdeling’ heetten. Vijf jaar later kwam Fase 2 gereed. Vijf nieuwe operatiekamers met een aangrenzende centrale sterilisatieafdeling lagen nu in het hart van het huis. Begin 1983 opende het ziekenhuis een buitenpoli in Steenbergen. Eind jaren tachtig startte de Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis (PAAZ), bestemd voor de hele regio, ten westen van Breda.

In de jaren negentig nam het aantal medisch specialismen verder toe. Ook gingen de eerste gespecialiseerde verpleegkundigen, zoals een diabetesverpleegkundige aan de slag. Nog binnen de bestaande muren kon ruimte worden gecreëerd voor een afdeling pijnbestrijding. Anesthesiologen werden daarmee ook een polikliniekhoudend specialisme.

In de jaren negentig kregen patiënten recht op meer zeggenschap. Het Lievensberg ziekenhuis was in 1997 een van de eerste Nederlandse ziekenhuizen die een Cliëntenraad oprichtte. Deze Cliëntenraad stelde in 2006 een Gedragscode op voor patiënten en bezoekers, als vervolg op de gedragscode voor medewerkers.


Volwassenheidsfase vanaf 2000
Op 2 februari 2001 werd de eerste paal geslagen voor een fonkelnieuw stukje Lievensberg. Het ziekenhuis werd uitgebreid met drie nieuwe verpleegafdelingen. De verouderde verpleegafdelingen in de hoogbouw werden aangepakt. Zesbedskamers veranderden in driebeds-kamers met eigen sanitair. Op de negende verdieping kwam ruimte vrij voor een nieuwe Geriatrische afdeling (GAAZ).
Na het afronden van dit masterplan Bouw, waren begin 2004 de operatie- en centrale sterilisatieafdeling aan de beurt. In nieuwbouw kwamen zes hypermoderne operatiekamers. Eind 2006 kwam ook de nieuwbouw voor de PAAZ gereed en in 2008 vergrootte het ziekenhuis de ruimte voor dagbehandeling voor volwassenen.


In de daarop volgende jaren blijft het ziekenhuis bouwen en verbouwen. Zo voldeed de capaciteit voor de Spoedeisende hulp niet meer. De afdeling kreeg in 2011, samen met Huisartsenpost Bergen, een nieuwe vleugel. Hier bovenop kwamen in 2015 het Moeder & Kindcentrum op de eerste verdieping en een afdeling voor Geriatrische Revalidatiezorg voor zorgorganisatie tanteLouise op de tweede verdieping.
In deze periode deden ook steeds meet ICT- en technische toepassingen hun intreden. Papieren patiëntendossiers maakten plaats voor digitale versies. Een operatierobot biedt sinds 2011 in de operatiekamers ondersteuning bij precisiewerk.

In maart 2007 kreeg het ziekenhuis het kwaliteitskeurmerk van het Nederlands Instituut voor de Accreditatie van Ziekenhuizen. Lievensberg was een van de eerste 25 ziekenhuizen die voor de totale organisatie dit bewijs ontvangt. Het NIAZ-certificaat is ook in 2015 verstrekt en staat voor een adequate en veilige organisatie.

Op 26 augustus 2009 werden de statuten van de Stichting Lievensberg ziekenhuis aangepast aan de concernstructuur en de gemoderniseerde bedrijfsnaam: Lievensberg ziekenhuis. Per 1 januari 2015 gingen het Lievensberg ziekenhuis en het Franciscus Ziekenhuis Roosendaal na een fusie op  het Bravis ziekenhuis. Hiermee kwam een einde gekomen aan 46 jaren Lievensberg.

Historie Franciscus Ziekenhuis Roosendaal

Voordat het ‘Franciscus Ziekenhuis’ werd opgericht was er in Roosendaal een ziekenhuis en pension voor ouderen, ‘Charitas’ genaamd, dat rond 1905 was opgericht. Er kwamen meer patiënten en het ziekenhuis verouderde. De behoefte ontstond aan een nieuw ziekenhuis. In 1951 werd besloten onderzoek te doen naar de ziekenhuissituatie in Roosendaal. Er werd onderzocht waar een eventueel nieuw ziekenhuis zich zou moeten vestigen en welke afdelingen en functies het ziekenhuis zou moeten krijgen. Naar aanleiding van dit onderzoek werd besloten over te gaan tot de bouw van een nieuw ziekenhuis, het huidige Franciscus Ziekenhuis.

Oprichtingsfase
In 1951 werd de Stichting Rooms Katholiek Ziekenhuis St. Franciscus opgericht. De stichting kreeg de volgende opdracht: ‘Het maken van een ziekenhuis voor circa 300 bedden met een toekomstige uitbreidingsmogelijkheid tot 600 bedden.’ ‘Het ziekenhuis dient ter vervanging van het bestaande Charitas Ziekenhuis. Op 28 februari 1960 werd goedkeuring tot het bouwen van een ziekenhuis met 300 bedden verleend door de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. De officiële opening van het Franciscus Ziekenhuis vond op 3 november 1968 plaats.

Groeifase 1968-1980
De groeifase van het Franciscus Ziekenhuis kenmerkt zich door uitbreidingen op zowel bouwkundig als specialistisch gebied. Ontwikkelingen in de gezondheidszorg vinden in snel tempo plaats. Door lange procedures en bouwtijden is een ziekenhuis bij oplevering op een aantal punten al verouderd. Het oorspronkelijke bouwplan van het Franciscus Ziekenhuis was op het tijdstip van realisatie al tien jaar oud. Om deze reden ontstonden korte tijd na oprichting en in gebruik name van het ziekenhuis plannen voor uitbreiding. In het structuurplan werden in grote lijnen de ontwikkelingen voor de komende tien jaren vastgelegd. Door de komst van de medische techniek ontwikkelen bepaalde afdelingen zich in snel tempo. In 1971 vindt daarom uitbreiding van polikliniek en röntgen- en operatieafdeling plaats. Het aantal medisch specialisten en nieuwe functies groeit in deze jaren in snel tempo. Het ‘Franciscus Ziekenhuis’ besluit de maatschappen KNO, Interne Geneeskunde, Orthopedie en Chirurgie uit te breiden. Nieuwe specialismen als Dermatologie, Cardiologie, Urologie, Neurologie en Farmacie worden in het ziekenhuis ondergebracht .

Verbredingsfase 1980-2000
Het Franciscus Ziekenhuis heeft zich verbreed door de zorg zowel inhoudelijk als procesmatig te verbeteren. Deze verbetering is aangebracht door samenwerking met partners als verpleeghuisorganisaties in de regio onder het motto ‘Evenwichtiger positioneren in de regio’. Het ‘evenwichtiger positioneren in de regio’ heeft het ziekenhuis gerealiseerd door het sluiten van samenwerkingsverbanden in twee richtingen, namelijk horizontaal en verticaal.

De verticale samenwerking oftewel ketenzorg is gericht op het structureren van de samenwerking tussen het ‘Franciscus Ziekenhuis’, verpleeg- en verzorgingshuizen, huisartsen en thuiszorg. Door middel van deze samenwerkingsverbanden wordt het zorgproces geoptimaliseerd en ervaren patiënten de overgang tussen verschillende zorgverleners minder als een overgang of verstoring. Om de tevredenheid van de patiënt te verhogen was verbetering van de voor- en nazorg van ketenpartners nodig om zo een optimale behandeling rond diagnose- en patiëntengroepen te kunnen bieden.

De horizontale samenwerking is gericht op het versterken van het medisch specialistisch bedrijf van het Franciscus Ziekenhuis. Deze samenwerking was essentieel om voldoende schaalgrootte te creëren en functies binnen de superspecialisatie uit te kunnen oefenen. Het ‘Franciscus Ziekenhuis’ heeft samenwerkingsverbanden gesloten met organisaties als Ziekenhuis Lievensberg, Amphia Ziekenhuis, kankercentra en diverse verpleeg- en verzorgingshuizen.

Volwassenheidsfase vanaf 2000
De afgelopen jaren heeft het Franciscus Ziekenhuis zich deels in de volwassenheidsfase bevonden. Het beschikt over specialismen en faciliteiten om patiënten zo goed mogelijk te behandelen en te verzorgen. Het ziekenhuis is in staat haar verzorgingsgebied zo optimaal mogelijk te bedienen. De continuïteit van de organisatie is gewaarborgd. Door de ingevoerde marktwerking in de zorg staat het Franciscus Ziekenhuis aan de vooravond van tal van nieuwe ontwikkelingen.

Onder één dak
In 2010 is het Poortgebouw geopend, wat zich bevindt op het voorterrein van het Franciscus Ziekenhuis. Hierin is de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis gevestigd. Daarnaast hebben ook de Huisartsenpost, een Poliklinische Apotheek voor overdag, de Dienstapotheek voor de overige uren, het Centrum voor Verloskunde Roos, TWB: Thuiszorg met Aandacht, Huidpunt: praktijk voor huid- en oedeemtherapie, Kraamcentrum DAT en Stichting Groenhuysen hun intrek in het gebouw genomen.

Het Poortgebouw heeft efficiencyverbetering tot gevolg. Patiënten kunnen na een bezoek aan de polikliniek, na ontslag uit de kliniek of na een bezoek aan de Huisartsenpost nu meteen hun medicijnen ophalen. Huisartsen en specialisten kunnen elkaar gemakkelijk en snel raadplegen. Ook de samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen is intensief omdat zij dicht bij elkaar zitten en een gezamenlijk beleid voeren.

Organisatie
Vanaf de oprichting tot 1 januari 1996 kende het ziekenhuis een centrale organisatiestructuur. De verantwoordelijkheden lagen ‘hoog’ in de organisatie. Medisch specialisten werden niet of nauwelijks betrokken bij tactische en operationele beslissingen. De directie had een grote ‘span of control’, dit betekende dat de directie de aansturing had over de afdelingen.

Na 1996 werd gekozen voor een decentrale organisatiestructuur. Door die keuze kwamen verantwoordelijkheden en bevoegdheden zo dicht mogelijk bij de werkplek te liggen. De medisch specialisten worden tegenwoordig betrokken bij strategische, tactische en operationele beslissingen. De organisatie kenmerkt zich door samenwerking en overleg tussen de verschillende disciplines binnen het ziekenhuis. De stijl van leidinggeven is gericht op beoordeling op van tevoren vastgestelde doelen en hieruit geformuleerde resultaten. De managementstijl van intergraal management, gekenmerkt door afstemming tussen beleidsgebieden, is zowel op strategisch, tactisch als operationeel niveau te herkennen.