“Soms kun je niet meer doen dan er voor de patiënt zijn”

Verpleegkundig specialist Silke Oosterveld hoopt op begrip

In het Bravis ziekenhuis zetten 24 uur per dag, 7 dagen in de week medewerkers zich in om coronapatiënten zo goed mogelijk te verzorgen. Wie gaan er schuil achter het chirurgisch mondneusmasker, gelaatsscherm en beschermingsschort? Wat maken zij mee op hun afdeling, hoe gaan zij om met de druk en welke indrukken nemen zij mee naar huis? In een serie artikelen laten we coronamedewerkers aan het woord. In deze aflevering Silke Oosterveld, verpleegkundig specialist Traumatologie en ad-interimvoorzitter van de Verpleegkundige AdviesRaad in het Bravis ziekenhuis. Daarnaast is Silke getrouwd en moeder van vier kinderen in de leeftijd van 9 tot en met 14 jaar.

In de hectische coronatijd valt Silke zo nu en dan in als verpleegkundige op de afdeling waar coronapatiënten verpleegd worden. “Ik weet hoe nijpend het personeelstekort is. Daarom draag ik graag mijn steentje bij”, legt ze uit. “Ik heb de luxe dat ik regelmatige werktijden heb. Daardoor is het voor mij ook niet zo pijnlijk om een weekend of een nachtdienst te draaien. Ik hoop dan altijd dat iemand anders hierdoor een weekend of nachtdienst minder hoeft te werken. Hoewel ik niet meer als verpleegkundige op de afdeling werk, heb ik wel baat bij de kennis en ervaring die ik heb. Dat maakt het voor mij inhoudelijk iets minder spannend. Alleen is het wel even wennen, want hoe gaat alles ook alweer? Medicatie uitzetten had ik bijvoorbeeld acht jaar niet meer gedaan.”

Mentale druk is hoog
De mentale druk is bij het verplegen van coronapatiënten hoger dan bij traumapatiënten, concludeert Silke. “Vooral het geïsoleerd liggen heeft een enorme impact op de patiënten. Het is een bevrijding als zij uit de isolatie mogen. Ze zijn vaak emotioneel, omdat ze weer kunnen praten met anderen en meekrijgen wat er om hen heen gebeurt. Maar ook voor de verpleegkundigen is het zwaar. Zij vangen de patiënten op, omdat ze hun enige contact zijn. In de gesprekken hoor je dat de verpleegkundigen heel erg bezig zijn met de patiënten. Zij willen alles zo goed mogelijk doen om het voor de patiënt zo draaglijk mogelijk te maken. Zij ervaren ook wel onmacht en hulpeloosheid. Soms kun je namelijk niet meer doen dan er voor de patiënt zijn. Door corona krijgen de verpleegkundigen ook met meer overlijdens te maken dan gewoonlijk. Het doet echt iets met je als een patiënt die je zoveel dagen hebt verpleegd komt te overlijden.”

Een verrijking
Persoonlijk heeft Silke minder last van die mentale druk. “Ik ervaar het bijspringen op de cohortafdeling met coronapatiënten als een verrijking”, stelt ze. “Normaal gesproken ben ik verbonden aan Traumatologie met een vast team. Op de cohort kom je verpleegkundigen uit het hele ziekenhuis tegen, omdat het door de drukte een samengestelde groep is. Je krijgt weer hele nieuwe contacten. Daarnaast vind ik verpleegkundige een prachtig vak. Het is erg leuk om weer eens midden op de werkvloer te staan. Zeker de eerste keer was het een uitdaging. Ik wist niet wat ik zou aantreffen, wie mijn collega’s waren en waar alles lag. Het was bijvoorbeeld zoeken naar een zaklantaarn en de wc.”

Het thuisfront
Dankzij het thuisfront kan Silke de helpende hand bieden. “De kinderen zijn op een leeftijd dat ze wat zelfstandiger zijn, waardoor er voor mij ruimte ontstaat. Ze zijn wel nieuwsgierig naar hoe het gaat in het ziekenhuis en of het niet gevaarlijk is. Gelukkig zijn ze snel gerustgesteld. Ik kan het goed loslaten. Om de indrukken uit het ziekenhuis te verwerken en te parkeren zijn we veel in het bos of op het strand.”

Begrip en vertrouwen
De verpleegkundig specialist hoopt op begrip en vertrouwen van patiënten en familie voor de maatregelen die zijn getroffen en voor het afschalen van de reguliere zorg. “Dat doen we echt omdat het niet anders kan. Niets is zo frustrerend als de zorg niet te kunnen bieden die je wil leveren. Gelukkig zijn er veel mensen die daar begrip voor hebben, maar om één vervelende reactie te kunnen vergeten heb je dertig positieve reacties nodig”, aldus Silke. “Iedereen binnen het ziekenhuis, van de werkvloer tot aan het management, spant zich enorm in. Het enige wat we daarvoor terugvragen is een beetje begrip.”