Decubitus: “Het is zo ontstaan, maar niet zo genezen”

In slechts enkele dagen kan een patiënt last krijgen van doorligplekken (decubitus). Dat klinkt misschien onschuldig, maar dat is het niet. “Wat begint als een klein rood plekje, kan snel uitgroeien tot een gigantische wond. En zo snel als dat het ontstaat, is het niet genezen. Dat kan soms wel maanden duren”, vertelt wond-decubitusconsulent Fleur Rens. “Decubitus wordt vaak onderschat, maar het is echt een serieus probleem”, voegt chirurg Jillis Pol toe.

Als er schuifkrachten, langdurige lichte druk of kortdurende hoge druk op één plaats uitgeoefend wordt kan er decubitus ontstaan. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer iemand voor een langere tijd in dezelfde houding zit of ligt.

Niet altijd te voorkomen
Decubitus begint meestal met een rood plekje, maar kan in een korte periode uitgroeien tot een (bloed)blaar of diepere wond, waarbij de huid zover aangetast is dat je het onderliggend bot, pezen of spieren kunt zien. “Je kan decubitus niet altijd voorkomen, maar de ernst wel”, legt Jillis uit. Het is belangrijk dat de huid van de patiënt dagelijks gecontroleerd wordt en dat druk en schuifpunten verminderd worden. Dit kan bijvoorbeeld door patiënten - die niet of nauwelijks uit bed komen - om de drie á vier uur van houding (te laten) wisselen. “Door meteen actie te ondernemen voorkomen we dat een patiënt onnodig lang opgenomen hoeft te worden, extra ongemak en pijn ervaart of na ontslag nog (maanden) behandeld moet worden door een wond-decubitusconsulent op de polikliniek of in de thuissituatie door de thuiszorg”, legt Fleur uit.

Decubitus is teamsport
Er zijn verschillende redenen waardoor decubitus kan ontstaan. Bij de preventie en behandeling van decubitus zijn daarom ook verschillende disciplines betrokken. Denk o.a. aan wond-decubitusconsulenten, diëtisten, dermatologen, ergo- en fysiotherapeuten en revalidatieartsen. “En vergeet vooral de verpleegkundigen niet. Zij staan het dichtstbij de patiënt en kunnen daardoor decubitus vaak als eerst signaleren. Dat maakt hen voor ons onmisbaar”, vertelt Fleur.

Deel de noodzaak
Volgens Jillis is het ook belangrijk om patiënten goed te informeren. “Je kan een patiënt wel van houding (laten) veranderen, maar als hij niet weet waarom dat belangrijk is, draait hij zich zodra de zorgverlener weg is gewoon weer terug. Door patiënten goed te informeren, weten ze waarom we iets doen en hoe ze zelf ook een bijdrage kunnen leveren.”

Op de foto
Een deel van de decubituscommissie v.l.n.r. Revalidatiearts Marinca de Beer, wond-decubitusconsulent Fleur Rens, chirurg Jillis Pol en ergotherapeut Stefanie van der Meij.