“Corona is een grote emotionele belasting”

IC-specialist Taco van den Ende waarschuwt voor onderschatting

In het Bravis ziekenhuis zetten 24 uur per dag, 7 dagen in de week medewerkers zich in om coronapatiënten zo goed mogelijk te verzorgen. Wie gaan er schuil achter het chirurgisch mondneusmasker, gelaatsscherm en beschermingsschort? Wat maken zij mee op hun afdeling, hoe gaan zij om met de druk en welke indrukken nemen zij mee naar huis? In een serie artikelen laten we coronamedewerkers aan het woord. In deze aflevering Taco van den Ende, medisch specialist op de intensive care van het Bravis ziekenhuis, medisch adviseur in het managementteam en voorzitter van de IC regio Zuidwest-Nederland. Daarnaast is Taco getrouwd en vader van vier kinderen in de leeftijd van 9 tot en met 17 jaar.

Taco is als intensivist gewend om ernstig zieke patiënten op de Intensive Care (IC) te zien. “Corona is een nieuw ziektebeeld waar heel veel patiënten tegelijkertijd ziek van zijn. Coronapatiënten liggen over het algemeen ook langer op de IC, met soms ernstige complicaties. Zo komen trombose en longembolieën veel vaker voor”, vertelt Taco. “Tijdens deze tweede golf heb ik het idee dat de patiënten iets minder ziek op de IC komen en lijkt de ligduur iets korter. Maar het blijft lang.”

Nauwelijks bekomen van eerste golf
De werkdruk op de Intensive Care is ongekend hoog. “We zijn nauwelijks bekomen van de eerste golf”, verzucht de intensivist. “Die kwamen we door dankzij hulp van buiten de afdeling. Alle andere zorg in het ziekenhuis was afgeschaald. Er was dus veel personeel om te helpen. Nu gaat een groot deel van de zorg door en is minder personeel beschikbaar, ook omdat er meer medewerkers zelf ziek zijn.” Niet alleen fysiek, maar ook mentaal is het zwaar. “Het is behoorlijk ingrijpend als je zoveel patiënten, soms leeftijdsgenoten, voor hun leven ziet vechten en je alleen maar je best kan doen. Voor corona kon je de dierbaren er nog bij betrekken, maar nu zijn de bezoekmogelijkheden door het risico op verdere besmettingen beperkt.”

Een overlijden kan niet altijd worden voorkomen. “Als iemand een leven geleefd heeft, dan berust je daarin. Het is heel frustrerend als iemand die nog volop in het leven staat van het ene op het andere moment daaruit weggerukt wordt. Als het onverwachts is, op te jonge leeftijd of met hele verdrietige dierbaren, dan raakt je dat. Aan de andere kant ben ik dit werk gaan doen om voor hen iets te kunnen betekenen. Het liefst maak je iemand beter. Soms is het genoeg dat je iemand de kans geeft om beter te worden.”

Taco beseft dat hij besmet kan raken en ziek kan worden. “Daarom leef ik zo zorgvuldig en veilig mogelijk. In mijn vrijetijd probeer ik veel te sporten en lekker met het gezin naar buiten te gaan. Thuis heb ik een goed luisterend oor. Mijn vrouw werkt eveneens in het Bravis ziekenhuis. Ik hoef haar niets uit te leggen. We kunnen ons verhaal goed bij elkaar kwijt.”

Het gevreesde keuzemoment
Het meest vreest Taco ooit in een situatie te komen dat hij keuzes moet maken die hij niet wil maken. “Als we op de IC onvoldoende capaciteit zouden hebben om zorg te bieden aan mensen die we anders wel zouden helpen”, legt hij uit. “Tijdens de eerste golf zijn we net goed weggekomen. Maar het is niet vanzelfsprekend dat het goed gaat. We zitten pas aan het begin van het herfst- en winterseizoen. Ik weet niet wat er komen gaat. Daar maak ik me wel zorgen om.”

De zorg aan bed
Dat sommige mensen corona afdoen als een griepje gaat er bij Taco niet in. “Het is een misverstand dat er een ‘griepje’ bestaat. Ook aan de griep overlijden jaarlijks heel veel mensen. Maar minder mensen krijgen griep omdat de populatie weerstand heeft opgebouwd en we al deels werkende vaccins hebben. Vooral het grote aantal coronapatiënten is ontwrichtend. Bedden en materialen zijn nog wel te regelen. Het gaat met name om degenen die de zorg aan bed leveren. Een opleiding tot IC-specialist of -verpleegkunde kost jaren Dat heb je niet zomaar even geregeld. Corona is een grote emotionele belasting. Niet alleen voor de patiënt, maar ook voor hun dierbaren en de zorgverleners. Die impact moeten we niet onderschatten.”