Column: Zonder de liefdevolle blik van..

Mijn ogen glijden als vanzelf over het bord dat inmiddels al maanden bij de ingang van de poli staat. “Patiënten worden verzocht alleen naar het ziekenhuis te komen. We verzoeken begeleiders in de auto te wachten. Tijdens de afspraak kan de patiënt iemand via de telefoon mee laten luisteren.” Toch is het alsof ik de tekst vandaag pas voor het eerst lees. Alsof de inhoud van de woorden vandaag pas echt tot mij doordringt.

Ik herinner mij de man en de vrouw in de lift, ik geloof dat het januari was. Net voordat zij de rolstoel over de drempel de lift in reed had ze ingehouden. De tederheid van het gebaar had mij geraakt. Hun blikken hadden elkaar gevonden, via de spiegel. Zij had naar hem geglimlacht. Hij had niet de kracht om terug te lachen. Maar dat gaf niet. De manier waarop hij haar aankeek zei voldoende: zolang zij maar bij hem was zou alles goed komen. Ineens herinner ik mij ook de vrouw van een paar weken geleden. Toen ik haar passeerde in de gang had ik de wanhoop op haar gezicht gezien. Haar ogen waren gevuld met tranen. “U ziet er zoekend uit. Kan ik u misschien helpen?” had ik gevraagd. Met grote angstige ogen had ze mij aangekeken en gezegd: “Ik moet eruit. Ik moet eruit. Het is hier een doolhof. Ik blijf maar rondjes lopen.” Ik was met haar meegelopen naar de uitgang, haar man zat netjes buiten in de auto op haar te wachten.

Ik denk terug aan gisteren. Naast mij, op de plek waar mijn man altijd zit, lagen twee A4-tjes met daarop: “verboden plaats te nemen.” En hoewel ik inmiddels over mijn ergste witte jassen angst heen ben voelde ik me niet op mijn gemak, zo alleen wachtend op het consult. Ineens moest ik het zonder mijn externe harde schijf en hulpbron (lees: mijn man) zien te redden. En wat als er weer een of ander inwendig onderzoek gedaan moest worden… zonder dat ik terug kon vallen op de liefdevolle blik van mijn man?! Het weeïge gevoel in mijn buik van gisteren dient zich opnieuw aan en groeit bij iedere stap richting mijn eigen spreekkamer. Het gevoel is misschien hetzelfde, de oorzaak van het gevoel is volstrekt anders. Een dun draadje verbindt de twee opgeborrelde herinneringen met mijn eigen ervaring van gisteren en daarna met de tekst op het bord. Blijkbaar moeten dingen je dus eerst persoonlijk raken voordat ze écht betekenis krijgen. Ik vind het een pijnlijke ontdekking. Als patiënt weet ik namelijk zelf, eenmaal tegenover een witte jas, vaak nog maar weinig zinnigs uit te brengen. En wat er van een consult blijft hangen is vaak niet meer dan een typering van de persoon in de witte jas tegenover me. Nu mijn man gisteren aan mijn zijde ontbrak voelde ik mij toch behoorlijk verloren. Hoe heb ik toch zo voorbij kunnen gaan aan de impact van deze coronamaatregel? Waarom heb ik zo weinig oog gehad voor het feit dat patiënten nu ineens alleen tegenover een arts zitten? De vraag blijft me bezighouden. Een antwoord heb ik nog niet. Wat ik wel weet is dat ook ik de tijd moet blijven nemen om bewust in de ‘schoenen’ van onze patiënten te gaan staan. Gewoon, omdat ook bij mij in mijn rol als behandelaar het patiëntenperspectief dus blijkbaar, ondanks al mijn eigen ervaringen als patiënt, ineens weer naar de achtergrond kan verdwijnen. De maatregelen kunnen we helaas niet veranderen, maar door ons bewust te zijn van de impact ervan kunnen we waarschijnlijk al een verschil maken.

Mariëlle Maat is GZ-psycholoog in het Bravis ziekenhuis en is gefascineerd door mensen en hun gedrag. In haar columns schrijft ze over situaties in het ziekenhuis die haar opvallen. En daarbij aarzelt ze niet om ook haar eigen gedachten en gevoelens onder de loep te nemen. 

Foto Marielle.jpg
Fotografie: Daphne Krijgsman