Column: Wie kent hen niet?

“Hoi, ik zag je al aankomen.” De manier waarop hij het zegt klinkt vrolijk. Ik loop de kamer in en hang mijn jas over een stoel. Mijn oog valt op het scherm met daarop allemaal kleine vierkantjes van camerabeelden en ineens begrijp ik zijn opmerking. Maar wacht even… ik ben hier nog nooit eerder geweest, dus… “Hoe wist je dan dat ík het was?” Zijn blik heeft iets ondeugends en is tegelijkertijd een tikkeltje verlegen. “Uh… ik heb wat voorwerk en onderzoek gedaan,” zegt hij met een glimlach. Zo, mijn eerste indruk van deze twee beveiligingsmedewerkers is gevormd: wat een zorgvuldige en vriendelijke mannen zijn dit zeg (vriendelijk: want zoals beloofd hebben ze inderdaad een uur gewacht met eten zodat ik dat niet alleen hoefde te doen).

Tijdens het eten vuur ik een spervuur van vragen op hen af. Zo kom ik onder andere te weten dat… er landelijk een stijging van agressief gedrag in ziekenhuizen wordt gezien... dat er collega’s zijn die de beveiliging bellen met de vraag of zij even een pakketje naar boven kunnen brengen omdat dat henzelf weer een loopje scheelt (foei, stouterds;-)… en dat drugs steeds vaker een rol spelen bij agressie. Het valt me op dat ze zelfs na mijn 100e vraag nog even onvermoeid en enthousiast antwoord geven. Het beeld dat ik mij, blijkbaar onbewust, over beveiligers heb gevormd wordt tijdens het gesprek steeds wat genuanceerder. Deze beveiligers hebben zoveel meer in huis dan spierkracht, een uniform en een beveiligingsdiploma. Ze zijn geduldig. Ze zijn verdraagzaam. Ze zijn kalm. En ze zijn stabiel. Allemaal vaardigheden en persoonlijke eigenschappen waarvan ik me goed kan voorstellen dat juist die een de-escalerend effect kunnen hebben in een situatie waarin de gemoederen verhit zijn geraakt.

“Ben je er klaar voor?” Zijn stem onderbreekt mijn gedachtegang. Ik knik. Een paar minuten later lopen we een rondje om en door het gebouw. We checken ramen, deuren en branduitgangen. We zetten wc-deuren open, zodat bij een bijzondere situatie in een oogopslag zichtbaar is of zich er misschien iemand probeert schuil te houden. Niet veel later klim ik een steile metalen trap op en staan we in de machinekamer van de liften. Gefascineerd luister ik naar de uitleg over wat er moet gebeuren als de lift onverhoopt is blijven steken. Daarna vervolgen we onze route weer door het huis. “Het zou me niets verbazen als we straks gebeld worden,” zegt een van de beveiligers als we eenmaal weer buiten zijn. Zijn collega knikt instemmend. Waar baseren ze dit vermoeden op? Ik heb tijdens de ronde helemaal niets bijzonders gezien. Al snel wordt me duidelijk dat er een verschil bestaat tussen kijken én kijken. In mijn werk als psycholoog haal ik, naast wat mensen mij vertellen, veel informatie uit (veranderingen in) gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Mijn twee collega’s van vanavond maken niet alleen een inschatting van een persoon, maar hebben tegelijkertijd oog voor de omgeving en de situatie. Waar ik al snel inzoom op een detail, zoomen zij juist uit om het geheel te kunnen overzien. En dat dat tot goede inschattingen leidt, blijkt als we even later langs de receptie lopen en de receptioniste vraagt of we nog gebeld zijn. “Het was namelijk wat onrustig op de betreffende afdeling,” verduidelijkt zij. Uiteindelijk blijkt het niet nodig om er nog een keer langs te gaan (wat ik uiteraard stiekem natuurlijk best jammer vind).

Als ik over het parkeerterrein naar mijn auto loop, besef ik mij dat ik tijdens de brand- en afsluitronde veel geleerd heb over de technische aspecten van het beveiligingswerk, maar dat ik nog meer geleerd heb over de beveiligingsmedewerkers (m/v) zelf. Op iedere afdeling die we bezochten, geen enkele afdeling uitgezonderd, werden we door verpleegkundigen en receptionisten vriendelijk en enthousiast begroet. Wat voor mij duidelijk maakt dat deze beveiligingsmedewerkers binnen het hele ziekenhuis bekende gezichten zijn. En volgens mij zijn ze niet alleen bekend, ze zijn ook nog eens, wat ik zo vanavond uit de reacties opmaak, graag gezien! En eerlijk is eerlijk, ik snap het wel. Alhoewel… Snap ik het inderdaad? Want ook al weet ik nu wat ze doen en hoe ze dat doen. En ook al heb ik meer zicht op welke persoonlijke eigenschappen en vaardigheden zij (moeten) bezitten. Is dat wel de volledige verklaring voor het gevoel van veiligheid dat zij, in ieder geval mij, geven. Ik doe mijn raampje open en houd mijn personeelspas voor de kaartlezer. De slagboom gaat omhoog. Hoe vaak ben ik inmiddels niet door deze slagboom gereden?! Toch voelt het vanavond anders. Ineens denk ik terug aan het beeldscherm met vierkantjes en word ik mij bewust van hun aanwezigheid. Snel knipper ik een paar keer met mijn alarmlichten. Nu maar hopen dat mijn vrienden van de beveiliging net toevallig met hun ogen het scherm scanden en mijn bedank- en afscheidsgroet hebben gezien.

Mariëlle Maat is GZ-psycholoog in het Bravis ziekenhuis, seksuoloog in opleiding en gefascineerd door mensen en hun gedrag. In haar columns schrijft ze over situaties in het Bravis ziekenhuis die haar opvallen. En daarbij aarzelt ze niet om ook haar eigen gedachten en gevoelens onder de loep te nemen.