“Juffrouw de Kok, mag ik u alstublieft een zoen op de wang geven?”

Janine de Kok, teamleider oogheelkunde

De oude statige man met witte haardos was al jaren onder controle voor zijn glaucoom. Gedurende zijn werkende leven was hij leerkracht op de ambachtsschool geweest en was daar nog altijd trots op. In de wachtkamer zat hij altijd fier rechtop. Hij kwam geregeld bij mij, assistent van de oogarts, in de onderzoekskamer alvorens hij op consult kwam bij de oogarts. Meestal stelde ik me voor met alleen mijn voornaam, maar op enig moment hoorde de man mijn achternaam: “de Kok”.

“Van welke de Kok bent u dan? Oh, van de Wouwsestraatweg, van die grote familie met die veel kinderen”. Wijlen mijn vader, die aannemer was, had nog bij hem als jonge leerkracht in de klas gezeten op de ambachtsschool, wist hij me te vertellen.
Sindsdien hoopte hij steeds dat ik de assistent was als hij een afspraak had en dan begon hij te vertellen over alle bewoners van de Wouwsestraatweg in de jaren ‘50 en ‘60. Hij wist precies op te noemen wie op welk huisnummer woonde en omdat ik wist dat de man best een eenzaam leven leidde, sinds de dood van zijn vrouw, probeerde ik altijd wat tijd te nemen om daarover een praatje met hem te maken.

Ver aan het einde van zijn leven, al ver in de negentig, talmde hij een beetje voor hij mijn spreekkamer verliet.
“Juffrouw de Kok, mag ik u alstublieft een zoen op de wang geven?” vroeg hij. Het was zo een schattig moment, absoluut alleen maar lief bedoeld en niet met enige bijgedachte. Twee natte lippen raakten mijn wang aan.

Het was een mangomoment voor mij. Én voor de oude man, daar ben ik van overtuigd. Dat mijn vader, die al jaren niet meer leefde, bij hem in de klas had gezeten als jongeman, maakte het moment voor mij extra bijzonder.