Interview: Urineverlies hoort er niet bij

Veertig procent van de vrouwen boven de veertig jaar heeft last van urineverlies. De impact hiervan is groot. Soms zo groot, dat zij de deur niet meer uit durven. Veel vrouwen denken dat urineverlies erbij hoort, dat ze het moeten accepteren. “Onzin”, stelt uroloog Milou Bekker van het Bravis ziekenhuis. “Urineverlies hoort er niet bij en is in de meeste gevallen te verhelpen.

De behandeling kan bestaan uit het trainen van de bekkenbodemspieren, het innemen van medicijnen, botoxinjecties of met een operatie waarbij een bandje of neuromodulator wordt geplaatst. Per patiënt maken we een behandelplan op maat.”

Op 1 januari 2017 is Milou begonnen als uroloog in het Bravis ziekenhuis. “Ik ben weer bij mijn roots”, meldt ze. “Ik groeide op in Bergen op Zoom, waar mijn ouders allebei huisarts waren. Na mijn studie in Leiden ben ik met mijn gezin teruggekeerd. Het Brabantse bloed kruipt toch waar het niet gaan kan.”

Blaasklachten

Als uroloog is Milou gespecialiseerd in klachten met de blaas. “Dat gaat van incontinentie tot het niet goed kunnen plassen”, verduidelijkt ze. “Tijdens mijn opleiding heb ik nog even getwijfeld of ik gynaecoloog wilde worden. Ik vond alles aan het vak leuk, behalve de bevallingen. Blaasklachten zijn een heel dankbaar aandachtsgebied. Men vergeet vaak wat voor impact het heeft op het sociale leven. Je kunt echt iets voor de mensen betekenen.”

Overactieve blaas

Ongewenst urineverlies kan meerdere oorzaken hebben. “Ik richt me vooral op de overactieve blaas. Daarbij gaat de blaas vroegtijdig knijpen zonder dat er aanleiding voor is. Zo’n overactieve blaas kan door een heleboel dingen komen, zoals bevallingen, een veranderende hormoonhuishouden, te veel aangespannen bekkenbodemspieren, maar ook door pijnprikkels bij vrouwen die in het verleden seksueel zijn misbruikt. De oplossing is heel persoonlijk. Als uroloog kijk ik naast de blaas ook naar de organen er omheen. Hiervoor werk ik nauw samen met onder andere de gynaecologen, want soms speelt een verzakking ook een rol. Samen houden we een continentiepoli en stellen we per patiënt een behandelplan op. Dat kan bestaan uit het trainen van de bekkenbodem, medicatie of operatie.”

Alternatief

Mochten training en medicijnen bij een overactieve blaas niet werken, dan kan neuromodulatie een goed alternatief zijn. Bravis is een van de weinige ziekenhuizen waar deze behandeling mogelijk is.  “Een neuromodulator kan helpen bij zowel een overactieve als een onderactieve blaas, maar ook bij het verlies van ontlasting. Het apparaatje ziet eruit als een pacemaker en wordt onderhuids bij de bil geplaatst. Het geeft via elektroden impulsen aan de zenuwen waardoor de communicatie tussen het brein en de blaas en endeldarm weer goed verloopt”, legt de uroloog uit. “Het is vooraf lastig te voorspellen of het helpt. Daarom plaatsen we eerst de elektroden en blijft de modulator buiten het lichaam. Mocht na vier weken blijken dat er een verbetering is van meer dan vijftig procent, dan wordt het apparaatje definitief geplaatst. In het Bravis ziekenhuis plaatsen we zo’n twintig neuromodulatoren per jaar. Het is een middel waar inmiddels veel mensen baat bij hebben. Zij hebben hun sociale leven weer terug.”