Interview: Snotterseizoen is op zijn hoogtepunt

KNO (keel-neus-oorheelkunde) is echt een seizoensvak. Dat constateert Mariska Dijkstra, KNO-arts in het Bravis ziekenhuis. “Wij zien de complicaties van de verkoudheden. Bij kinderen gaat het slijm achter de trommelvliezen zitten. Daar krijgen ze oorontsteking van en ze horen, praten en slapen slechter. Daardoor slaapt het hele gezin slecht. Als het lang duurt, is het verstandig om buisjes te plaatsen of de neusamandelen eruit te halen. Kinderen zijn meestal vanaf Sinterklaas aan het snotteren. Rond carnaval zien wij dan een piek. Richting de zomer is het vaak weer over”, weet Dijkstra uit ervaring.

KNO-arts is een afwisselend beroep en heeft veel raakvlakken met andere specialismen. “De ene keer worden wij ingeschakeld om naar een patiënt te kijken, de andere keer roepen wij de hulp in van een andere medisch specialist”, vertelt Dijkstra. “Bij operaties werken we nauw samen met de anesthesisten. Vooral bij het weghalen van amandelen bij kinderen moet je als team blindelings op elkaar kunnen vertrouwen. Dat geldt ook voor de verpleging. Die moet het patiëntje goed in de gaten houden en alert zijn op nabloedingen. We hebben als KNO een supergoed team. De doktersassistentes en secretaresses werken al lang bij ons, zodat ze ons als KNO-artsen een compleet beeld van de patiënt kunnen geven.”

Donkere gaten

In het Bravis ziekenhuis werken zeven KNO-artsen, verspreid over de locaties in Roosendaal en Bergen op Zoom. “Sinds eind vorig jaar is onze polikliniek in Roosendaal volledig vernieuwd. We hebben nu drie spreek- en behandelkamers met vernieuwde onderzoeksapparatuur. Daardoor kan de patiënt op een scherm het onderzoek precies volgen. Als KNO-arts zit je toch vooral in donkere gaten te turen. De patiënt had geen idee waar we naar keken. Nu kan men meekijken. Ook is het mogelijk om de beelden vast te leggen, zodat je ze samen met de patiënt kunt bespreken. De opnamen zetten we vervolgens in het dossier van de patiënt, waardoor je ze later met nieuwe beelden kunt vergelijken. Dat werkt prettig voor de patiënt én voor ons.”