Column: Op de stoel naast de dokter

Het is dag van de zorg. Een dag waarop ik als MT-lid wordt uitgenodigd om een ochtend mee te lopen in de zorg. Veelal maak ik dokters en verpleegkundigen mee op eigen terrein; de wereld van overleg, beleid, kernachtig samenvatten en actielijsten. Op de dag van de zorg ben ik te gast in het domein van de zorgprofessional en realiseer ik me weer dat het vak waar zij voor gekozen hebben een heel andere wereld is.

Vandaag loop ik mee met de ochtendpoli van internist-hematoloog Nicole de Graauw. Nieuwsgierig en een klein beetje handelingsverlegen. Of beter gezegd, ik kan niet veel anders doen dan zitten, observeren en tussen 2 patiënten door veel vragen. De wereld van patiënt en dokter: spanning, onzekerheid, opluchting en verdriet. Contact, empathie en een klein beetje professionele afstand.

Eigenlijk ben ik vooral benieuwd naar hoe samen beslissen en positieve gezondheid in de spreekkamer een plek hebben. Belangrijke onderdelen van de Bravisvisie, maar als niet-zorgverlener heb ik er zelf niet direct mee te maken. Dus heb ik gevraagd of ik op een poliklinisch spreekuur mee kan lopen, en meld ik mij, gehuld in witte jas, om 8.00 uur bij het Oncologiecentrum. 

‘Dus u hoeft zich geen zorgen te maken over het plekje in uw hals. Maar voor wat ik op de foto zie, wil ik u graag verder onderzoeken. Daarvoor ga ik bloedonderzoek doen en wil ik een scan maken. Dat onderzoek is niet belastend en daarna weten we of verdere behandeling nodig is.’ Meneer en mevrouw knikken voorzichtig instemmend. Toch geloof ik niet dat ze echt begrijpen wat er aan de hand is. ‘Samen beslissen is nu nog niet aan de orde’, geeft Nicole later aan. ‘Daarvoor moeten we eerst de diagnose weten. Maar ook daarna blijf je als dokter in deze situatie regie houden. Het is voor deze meneer en mevrouw allemaal amper te bevatten. Laat staan dat ze keuzes moeten maken. Hen uit kunnen leggen wat er aan de hand is en hen daarna zo goed mogelijk begeleiden, is hier maximaal haalbaar.’

Ondertussen kijk ik wat er op zo’n spreekuur allemaal gebeurt. Het schakelen met het secretariaat die patiënten verdere uitleg geeft, patiënten die zich wel of niet aanmelden en de belangrijke rol van HiX voor en tijdens elk gesprek. Moeilijk voor te stellen dat dit 9 jaar geleden nog met behulp van een papieren dossier plaatsvond. Over HiX hoor ik van dokters soms kritische geluiden, maar zelf ben ik wel onder de indruk van de hoeveelheid informatie die je hierin terugvindt en hoe snel Nicole hierbinnen navigeert. 

Bij binnenkomst van de laatste patiënt met zijn vrouw is de spanning bij beiden zichtbaar. De diagnose van de ziekte van Kahler bevestigt hun bange vermoeden. In het verdriet is alle informatie moeilijk te bevatten. Er is keuze mogelijk voor een onderzoek door de radioloog of het afnemen van een biopt op de OK. ‘We moeten doen wat het beste is’, geeft meneer aan en gaat vervolgens graag mee in het advies van de dokter om eerst het onderzoek door de radioloog uit te voeren. Later in het traject zullen hij en zijn vrouw zich zeker goed laten informeren over de behandelmogelijkheden. Voor dit moment is de informatie simpelweg te overweldigend. ‘Ik denk dat het voor nu wel genoeg informatie is geweest’, geeft Nicole aan. Volgende week zullen zij en de oncologieverpleegkundige alle informatie en nieuwe vragen opnieuw bespreken. 

Terwijl ook ik de indrukken van een ochtend poli op mij laat inwerken, komen rond halftwaalf de eerste berichtjes binnen op mijn afdelingsapp. Wie gaan er mee naar het foodtruckfestival? Leuk om samen te gaan? Ik stuur alvast een berichtje terug. Om 12.15 uur, bij de uitreiking van de verpleegkundige visie. Als mijn spreekuur niet uitloopt…

*Om de privacy te bewaken zijn persoonlijkheidskenmerken en diagnoses geanonimiseerd.

Jan Oostenbrink is Clustermanager Cliëntzaken. Op de Dag van de zorg liep hij een ochtend mee met internist-hematoloog Nicole de Graauw op het Oncologie Centrum. Zijn ervaring en bevindingen legde hij vast in deze mooie column.