Column: I see you!

Met betraande ogen kijkt ze mij aan. “Ik weet het niet”, stamelt ze. “Ik denk dat het komt door wat je net zei. Ik heb altijd gedacht dat het aan mij lag. Dat ik de enige ben die dit heeft. Maar…” Ze hapert. Pakt een tissue. Twijfelt. Doet zichtbaar een poging haar gedachten te ordenen. “Maar… als andere mensen het ook hebben, dan…” Opnieuw twijfel. Ik wacht en kijk haar vriendelijk aan. Ze kijkt wat verbaasd terug. Slaat haar ogen neer en zegt dan: “Ik ben dus… niet raar?!” Door de verbazing in haar stem is het niet duidelijk of ze al een conclusie heeft getrokken of een vraag stelt. Ik glimlach en schud mijn hoofd, “Nee, je bent helemaal niet raar! Er zijn heel veel mensen die daar last van hebben.” Misschien verbeeld ik het mij, maar het is net of haar schouders een paar centimeter naar beneden zakken.

Eigenlijk maakt het helemaal niet uit waar het om gaat. Angst voor een medische behandeling. Pijn bij het vrijen. Boosheid om een lijf dat ‘niet wil’. Een aanhoudend gevoel van somberheid na verlies. Schaamte voor het lichaam. De opluchting is (bijna) altijd voelbaar, zodra iemand ontdekt dat hij of zij niet de enige is. Jammer eigenlijk dat ik, als psycholoog, in veel gevallen de boodschapper ben. Zou het niet veel meer steun geven als mensen in onze directe omgeving (familie, vrienden, buurmannen en buurvrouwen, klasgenoten etc.) onze gevoelens, angsten, twijfels en zorgen zouden (h)erkennen? Maar ja, daarvoor moeten we natuurlijk wel eerst de moed hebben om onze zorgen, angsten, twijfels, frustratie of verdriet überhaupt uit te spreken. Brr… er trekt een rilling over mijn rug. Hè, wat is dit nou weer? Ik besluit op onderzoek uit te gaan en mijn rilling onder de loep te nemen.

En zo ontdek ik dat het waarschijnlijk niet het uitspreken op zichzelf is dat ons weerhoudt. Zit de daadwerkelijke angst niet vooral in de reactie die we (verwachten) van de ander (te zullen) krijgen? Een afkeurende blik. Een “Ach joh, waar maak je je druk om”. Rollende ogen. Een onderdrukte grijns. Of een “Nou weet je wat ik had…?”, gevolgd door een overtreffende-trap-ervaring van de ander. Ik herinner mij de keren waarop ik al mijn moed bij elkaar had geraapt en benoemde hoeveel verdriet ik heb van het feit dat ik geen moeder ben. En dat ook niet zal worden. Ik herinner mij de ongemakkelijke stilte die toen viel. De snelle overschakeling op een ander onderwerp. De goedbedoelde opmerkingen als “Je zal zien, als je er gewoon niet meer mee bezig bent dan gebeurt het vanzelf” of de wonderverhalen van mensen die na jaren van fertiliteitstrajecten ineens spontaan zwanger werden. Meerdere keren heb ik uitgesproken dat ik het fijn vind als er af en toe eens naar wordt gevraagd. Want nee, ze hoeven niet bang te zijn mij te kwetsen. Het verdriet en de pijn zitten er toch al. Door er niet naar te vragen komt daar ook nog eens een gevoel van eenzaamheid bovenop.

Wonderlijk, want ondanks de expliciete uitnodiging is er eigenlijk nooit meer naar gevraagd. Verdrietig. En tegelijkertijd begrijp ik het ook wel. Wij, mensen, houden nu eenmaal niet van ongemakkelijke situaties. Wij mensen zijn sterren in het vermijden van pijnlijke emoties. Van onszelf en zeker ook van die van anderen. We voelen ons onthand, weten niet wat we moeten doen of zeggen. Maar misschien is het wel veel eenvoudiger dan we denken. Als het bijvoorbeeld gaat om mijn ‘niet-moederschap’ heb ik helemaal geen behoefte aan troostende woorden of medelijden. Niemand hoeft iets voor me op te lossen of weg te nemen. Het enige dat ik fijn zou vinden is als er niet wordt weggekeken. Dat mijn worsteling wordt opgemerkt en er gewoon mag zijn. En ik gok zomaar dat ik daarin niet de enige ben. Want wil in de basis niet ieder mens gezien worden? In al zijn facetten. Om wie en wat hij is. Om waar hij goed in is. En net zo goed, om waar hij onder lijdt. Want laten we eerlijk zijn, we kennen toch allemaal wel momenten waarop we er maar wat op ‘los worstelen’ in het leven (ik in ieder geval wel). Ik ben benieuwd wat er gebeurt als we (met z’n allen) wat meer oog zouden hebben voor onze eigen worstelingen en die van de mensen om ons heen. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als we naast het opmerken van die worstelingen ook actief aan elkaar zouden laten weten dat we ze zien. Hoe?! Misschien kunnen we beginnen met een klein, simpel, maar uit ons hart gemeend gebaar: #Iseeyou. Wie weet maken we met dit kleine woordje (#Iseeyou) zomaar ineens al een groot verschil. Dus… voor die collega bij wie het huwelijk op het moment niet lekker loopt, #Iseeyou... voor het familielid dat is ontslagen en zich daarvoor schaamt, #Iseeyou… voor de patiënt die kanker heeft overleefd en bang is dat het terugkomt, #Iseeyou… voor de buurvrouw die al een flink aantal jaren zonder haar geliefde partner toch dapper het leven leeft, #Iseeyou… En niet te vergeten voor jou! Want ook jij, lieve lezer, ook jij zal zo je eigen worstelingen kennen in dit leven. En weet… #Iseeyou!

Mariëlle Maat is GZ-psycholoog in het Bravis ziekenhuis, seksuoloog in opleiding en gefascineerd door mensen en hun gedrag. In haar columns schrijft ze over situaties in het Bravis ziekenhuis die haar opvallen. En daarbij aarzelt ze niet om ook haar eigen gedachten en gevoelens onder de loep te nemen.