Column: het kloppend hart van de SEH

De klapdeur zwaait open. Een lichte angst welt op. “Oh jee, kan ik dit wel aan?” Ik heb geen idee waar mijn brein de beelden vandaan tovert. Verder dan Medisch Centrum West ben ik namelijk nooit gekomen, als het gaat om ziekenhuisseries (en eerlijk is eerlijk MCW keek ik ook alleen maar vanwege dokter Jan;-) En toch zijn ze er. Stukjes film met brancards die binnen worden gereden. Rondrennende artsen. Verkeersslachtoffers. Roepende stemmen, piepende machines en reanimaties. Ineens zie ik hoe een verpleegkundige mij wat gereserveerd in zich staat op te nemen. “Oh sorry, ik heb een afspraak om mee te lopen met de Spoedeisende Hulp (SEH) arts”, zeg ik snel. Een paar minuten later bevind ik mij, zoals ik later die middag zal ontdekken, in het kloppend hart van de SEH.

Op het bureau voor mij ligt een waaier met grafieken. Mijn beperkte medische kennis vermoedt dat het ECG’s (hartfilmpjes) zijn. “Ben jij al bij kamer vier geweest?” “Sorry, mag ik je even storen. Ik heb alvast een lab aangevraagd voor mijnheer Jansen*. “Fijn, zou je daar dan ook nog extra BNP bij willen laten bepalen?” “Heb je zo even tijd om te overleggen over de patiënt van kamer 1?” “Oh, dat is goed, dan zien we mevrouw straks hier op de SEH verschijnen.” Overal om mij heen wordt overlegd of getelefoneerd. En al deze gespreksflarden worden muzikaal begeleid door een onophoudelijke reeks piepjes uit een computer(scherm). “Wat is dat aanhoudende gepiep toch de hele tijd?” Ik schrik van de irritatie die in mijn stem doorklinkt. Ineens word ik mij bewust dat ik de afgelopen minuten heel hard mijn best heb gedaan om de piepjes te negeren. Iets dat duidelijk dus niet is gelukt. Achter de SEH-arts loop ik naar een patiëntkamer, waar we een man met problemen met een PEG-sonde zien (met een PEG kan direct sondevoeding worden gegeven in de maag). Daarna zien we een vrouw met een gebroken schouder en als gevolg daarvan een indrukwekkend grote en fraai gekleurde bloeduitstorting. Eenmaal terug in de ruimte met onophoudelijke piepjes zie ik hoe de SEH-arts wordt opgeslokt door telefonisch overleg met huisartsen en andere medisch specialisten. Om vervolgens opnieuw met de telefoon aan haar oor af te stemmen met andere afdelingen in het ziekenhuis (o.a. afdeling radiologie). Ondertussen wordt er, ik overdrijf niet, zo ongeveer om de drie minuten wel iets aan haar gevraagd door collega’s van de SEH zelf. Vol bewondering aanschouw ik hoe zij, ondanks alle onderbrekingen en afleiding van wat er om haar heen gebeurt, continu het overzicht houdt. Ik kijk om mij heen. Echt iedereen (en dan bedoel ik ook echt iedereen: verpleegkundigen, de andere SEH-arts, de verpleegkundig specialist, arts-assistenten, de secretaresse en apothekersassistent) is druk in de weer om allerlei dingen voor de patiënten op de SEH georganiseerd te krijgen. Het lijkt wel een commandocentrum. Of een luchtverkeersleidingstoren (misschien goed om eerst ook daar een keer mee te lopen voordat ik een vergelijking maak, maar dat terzijde). Hé, wacht eens even! Met terugwerkende kracht vallen er wat kwartjes. De zo efficiënt mogelijk ingerichte, maar kille kamer. Het eindeloze wachten. Zonder écht goed te weten waarom het nu allemaal precies zo lang duurt. De onzekerheid. De angst voor wat er wel of (juist) niet komen gaat. Ik voel een wat weeïg gevoel. Het voelt wat verloren en eenzaam. Meteen weet ik waar het vandaan komt. Onbewust zijn mijn eigen SEH-ervaringen omhoog geborreld. Het weeïge gevoel ebt gelukkig snel weer weg. Had ik toen maar geweten wat ik nu weet! Ik graaf in mijn herinneringen. Hebben ze er een opmerking over gemaakt? Hebben ze me uitgelegd dat ze achter de schermen druk bezig waren om dingen te regelen en is het gewoon volstrekt langs me heen gegaan? Best aannemelijk, gezien mijn angst voor witte jassen en alles wat met witte jassen te maken had, destijds. Aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat zoiets niet wordt gecommuniceerd. Want voor de medewerkers op de SEH is het waarschijnlijk de gewoonste zaak van de wereld dat een (groot) deel van hun werkzaamheden zich nou eenmaal niet ‘aan het bed’ afspeelt. Wat en meer nog waarom zou je daar dan iets over moeten zeggen tegen een patiënt?! En hé, ik ben natuurlijk ook niet de ‘maat’ hè. Mijn ervaring is niet de ervaring van een ander. Niet iedereen zal zich verloren en/of eenzaam gevoeld hebben tijdens het verblijf op een SEH. Natuurlijk hoop ik dat nog meer SEH-bezoekjes mij verder bespaard zullen blijven. Nou ja, als patiënt dan. Als medewerker moet ik eerlijk opbiechten dat de dynamiek van het werk me aardig ‘gegrepen’ heeft. Ook al ben ik stiekem best opgelucht dat er geen al te heftige situaties zijn geweest. Aan de andere kant is mijn interesse ernaar door vandaag zeker wel gewekt (dus wie weet komt er nog een keer een deel II). Als patiënt hoop ik natuurlijk uit de buurt te kunnen blijven van welke SEH dan ook. Mocht ik er echter onverhoopt toch een keer belanden… Dan weet ik nu in ieder geval dat op een SEH goede zorg zich niet alleen voor- maar óók achter de schermen afspeelt!

*Om de privacy te bewaken zijn er fictieve namen gebruikt en zijn persoonlijkheidskenmerken geanonimiseerd.

Mariëlle Maat is GZ-psycholoog in het Bravis ziekenhuis, seksuoloog in opleiding en gefascineerd door mensen en hun gedrag. In haar columns schrijft ze over situaties in het Bravis ziekenhuis die haar opvallen. En daarbij aarzelt ze niet om ook haar eigen gedachten en gevoelens onder de loep te nemen.

Marielle Maat_Staandefoto.jpg