Column: Even slikken...

“Ik zou graag nog even terugkomen op ons vorige consult, vind je dat oké?” Er valt een korte stilte, mijn patiënt slikt. Eerlijk is eerlijk, eigenlijk zou ik het er ook liever bij laten zitten. Ik denk niet dat ze een klacht zal indienen. Het is dus makkelijker om er gewoon niet meer over te beginnen. Toch heb ik die vraag niet voor niets gesteld. En nu ik mijn moed toch al verzameld heb, kan ik maar beter doorzetten. “Ik ben benieuwd hoe je het gesprek ervaren hebt?”, vraag ik dus. “Tja, nou… uhhhh.” Mijn patiënt aarzelt en zegt dan: “Ik had het gevoel dat je geïrriteerd was en ongeduldig ofzo.” Deze keer ben ik degene die slikt. Na een korte stilte antwoord ik: “Ik denk… dat je dat wel goed gevoeld hebt.” Opnieuw een stilte. “Vind je het goed als ik je er wat meer over vertel?”, vraag ik haar.

Het vorige consult met deze patiënt heeft mij flink beziggehouden. Meerdere keren heb ik het gesprek in gedachte opnieuw afgespeeld. Ik heb mijn opmerkingen uitgebreid onder een vergrootglas gehouden. Vervolgens heb ik mezelf afgevraagd hoe, wat en waarom ik wat had gezegd en gevraagd. Het kostte mij wat energie én het leverde mij een aantal mooie inzichten op. Toch bleef ik met vragen zitten en dus klopte ik aan bij twee collega’s voor hulp. Dat leidde tot andere perspectieven en het werd mij steeds duidelijker wat er nu eigenlijk in het gesprek was gebeurd. Het hum-geluidje van mijn patiënt op de vraag of ik haar er meer over mag vertellen spoort mij aan om deze bevindingen met haar te delen. “Dat ongeduldige, dat kan wel kloppen ja. Ik wil jou gewoon heel graag helpen. En om dat te kunnen doen is het voor mij belangrijk te weten wat jij met de behandeling wil bereiken. Zonder een duidelijke stip op de horizon weet ik niet waar we ons op moeten richten. En dat maakt het voor mij lastig om mee te denken hoe we jouw leven weer prettiger en comfortabeler kunnen maken. En wat ik absoluut niet wil is dat we straks meerdere sessies hebben gehad, zonder dat we iets bereikt hebben met de therapie. De gedachte dat ik jou dan misschien niet écht geholpen heb… tja, die irriteerde mij inderdaad.” De stilte die valt is anders dan de voorgaanden. Het is net of de spanning verdwijnt, of deuren weer opengaan en of er een nieuwe ruimte ontstaat. Een ruimte van waaruit ik oprecht zeg: “Sorry. Het was absoluut niet mijn bedoeling om ongeduldig en geïrriteerd te reageren. Ik wil je vooral gewoon héél graag, héél goed helpen!”

De paar minuten die volgen zijn de meest vruchtbare van alle afgelopen consulten. We ronden het gesprek af met een duidelijk geformuleerde hulpvraag en een helder omschreven behandeldoel. Maar belangrijker nog, het gesprek legt de basis voor een goede behandelrelatie, blijkt achteraf. Een behandelrelatie gebaseerd op gelijkwaardigheid. Een behandelrelatie die mijn patiënt de veiligheid biedt om onderwerpen die zij eerder te lastig, te moeilijk, te pijnlijk en te schaamtevol vond, alsnog bespreekbaar te maken.

“En mevrouw Stemband, wat heeft u nu geleerd?” klinkt de stem van Meneer Kaktus in mijn hoofd. Ik glimlach. “Weet niet?”, klinkt er ergens ver achter vanuit mijn brein. Mijn glimlach wordt groter. Dank je Kweetniet, dat is het! Ik heb geleerd dat er dingen zijn die ik weet en dat er nu eenmaal nog meer dingen zijn (en blijven) die ik niet weet. Ik heb geleerd dat het belangrijk is om moedig te zijn en dat ‘niet weten’ te onderzoeken. Maar ik heb ook geleerd moedig te zijn en mijn eigen gedachten en gedragingen onder de loep te nemen, mezelf te bevragen en samen met collega’s op mijn eigen gedrag te blijven reflecteren. En ja, voor dat laatste moest ik best even een drempeltje over. Maar wat ik vooral heb geleerd is dat het belangrijk is om moedig te zijn naar patiënten. Dus niet de makkelijke weg kiezen, maar toch terugkomen op een consult dat niet prettig is verlopen. Gewoon, omdat moed loont! Want als wij (als zorgverleners) moedig durven zijn, wordt het wellicht voor onze patiënten net iets makkelijker om dat ook te zijn. En samen worden we beter.

Mariëlle Maat is GZ-psycholoog in het Bravis ziekenhuis, seksuoloog in opleiding en gefascineerd door mensen en hun gedrag. In haar columns schrijft ze over situaties in het Bravis ziekenhuis die haar opvallen. En daarbij aarzelt ze niet om ook haar eigen gedachten en gevoelens onder de loep te nemen.