“Iedereen in het Bravis zet zijn schouders eronder”

Verpleegkundig specialist Rebeca Kannekens ziet van dichtbij de gevolgen van corona

In het Bravis ziekenhuis zetten 24 uur per dag, 7 dagen in de week medewerkers zich in om coronapatiënten zo goed mogelijk te verzorgen. Wie gaan er schuil achter het chirurgisch mondneusmasker, gelaatsscherm en beschermingsschort? Wat maken zij mee op hun afdeling, hoe gaan zij om met de druk en welke indrukken nemen zij mee naar huis? In een serie artikelen laten we coronamedewerkers aan het woord. In deze aflevering Rebeca Kannekens, verpleegkundig specialist Longgeneeskunde in het Bravis ziekenhuis. Rebeca woont samen met haar vriend en 11-jarig zoontje.

Na acht jaar als verpleegkundige in het Bravis ziekenhuis te hebben gewerkt, begon Rebeca twee jaar geleden aan de opleiding tot verpleegkundig specialist. “De eerste coronagolf brak uit tijdens mijn eindonderzoek. Nu ben ik gediplomeerd en vorm ik de schakel tussen de longarts en de verpleegkundige. Omdat ik continu op de afdeling ben, kan ik bovendien de patiënten op verpleegkundig en medisch gebied begeleiden en hun vragen beantwoorden”, legt Rebeca uit.

Niet eerder benauwd
De verpleegkundig specialist ziet de grote gevolgen die corona heeft op mensen. “We zien op de longafdeling veel patiënten die benauwd zijn door een longaandoening. Sinds corona ontvangen we ook veel patiënten die nog niet eerder benauwd zijn geweest. Daar worden ze ontzettend angstig van. Ik ben door al die jaren op de longafdeling gewend om benauwde patiënten te zien, maar door corona ben ik me er nog meer bewust van hoe ontzettend naar het is om geen lucht te krijgen”, aldus Rebeca.

Grillig verloop
Het verloop van corona is bij elke patiënt anders. “Soms denken we dat het heel goed gaat met een patiënt, maar soms kan de situatie ineens verslechteren. Die grilligheid vind ik persoonlijk heel lastig. Dan denk ik: ‘We hebben het virus helemaal nog niet onder de duim.’ Op die momenten voel ik me machteloos. Ook zijn veel mensen aan corona overleden. Wij proberen de familie altijd nauw bij die laatste levensfase te betrekken. Het gebeurt echter ook dat familieleden niet durven te komen uit angst om zelf besmet te raken of niet kunnen komen omdat ze zelf besmet zijn. Dat vind ik heel confronterend. Bovendien zien de coronapatiënten alleen maar hulpverleners die als marsmannetjes zijn aangekleed. Patiënten kunnen hierdoor niet je volledige gezicht zien. Ik kan me voorstellen dat de patiënten zich heel erg alleen voelen. Dat wil je voor niemand.”

Nog niet besmet
Rebeca is nog niet besmet geraakt met het coronavirus. “Als een van de weinigen”, zegt ze meteen. “In heel ons team zijn veel besmettingen geweest. De verschillen zijn enorm groot. De een heeft slechts een snotneus, terwijl de ander hondsberoerd met koorts in bed ligt. Leeftijd maakt niet uit. Dat is ook voor mij angstig. Ik vraag me niet af of ik het krijg, maar wanneer. Ik hou daar rekening mee, wat het voor mij privé wel lastig maakt. Ik mijd mijn ouders zoveel mogelijk, want ik wil hen niet besmetten.”

Steun en rust
Thuis vindt Rebeca de steun en rust die ze nodig heeft. “Mijn vriend is vooral begripvol als ik na een dag moe thuiskom. Mijn zoontje is bezorgd om mij. Als ik even hoest of nies, vraagt hij meteen of ik toch geen corona heb”, vertelt Rebeca. “Thuis probeer ik alles los te laten, maar dat is niet altijd even makkelijk. Je wordt thuis op tv ook continu met corona geconfronteerd. Daarom maken we wandelingen en zoeken we de rust op.”

Niet zomaar een griepje
Rebeca vindt het lastig om te zien als mensen de regels aan hun laars lappen. “Weten ze wel hoe hard wij hier strijden en hoe zwaar het is voor de patiënt? Corona is echt niet zomaar een griepje”, benadrukt ze. “Ik kan dat gedrag helaas niet veranderen, alleen maar het goede voorbeeld geven. Wij doen gewoon ons werk. Het is alleen zwaar door de vele zieke collega’s. Daardoor zijn er veel minder longverpleegkundigen. We krijgen gelukkig veel hulp vanuit andere afdelingen. Daardoor hebben longverpleegkundigen meer een coördinerende rol gekregen. Ik probeer mijn longkennis over te brengen op de verpleegkundigen die de specifieke longkennis niet hebben. Dat geeft mij weer energie. In het ziekenhuis is de saamhorigheid groot. Iedereen zet zijn schouders eronder. We beleven een bijzondere tijd die de geschiedenisboeken ingaat en waarvan we allemaal leren. Maar toch kan corona voor mij niet snel genoeg voorbij zijn.”